Bedoeïnen: only in the desert could a man find freedom
Cecile Korevaar
Ze trekken voort van oase tot oase, totdat ze door de hitte van het door de zon opgewarmde zand als een trillend beeld achter de horizon opgelost lijken te worden. Toch is dit een beeld van bedoeïenen wat je vandaag de dag steeds minder in de woestijnen van Arabië en Noord-Afrika zult tegenkomen. De afgelopen decennia is de leefwijze van deze nomadische herders immers onmiskenbaar veranderd. De Engelse reiziger en schrijver Wilfred Thesiger was in de jaren veertig getuige van de wondere en harde wereld waarin bedoeïenen leven. Vijf jaar lang zwierf hij door Rub’ Al Khali, het Lege Kwartier, sloot hechte vriendschappen met bedoeïenen en onderging het nomadenleven. Hij ervoer deze jaren als de gelukkigste van zijn leven en tekende zijn verhaal op in het boek (1959).
Nomadenbestaan Ze zijn er nog wel: de bedoeïenen die een echt nomadenbestaan leiden, maar hun aantal wordt steeds kleiner. Toch worden bedoeïenen door veel mensen beschouwd als de ‘echte’ Arabieren, de enige ware vertegenwoordigers van hun taal en cultuur. Thesiger weet haarfijn uit te leggen waarom zij als de vaandeldragers van de Arabische cultuur worden gezien:
‘Arab has come to them from the desert: Their deep religious instinct, which has found expression in Islam; their sense of fellowship, which binds them as members of one faith, their pride of race, their generosity and sense of hospitality; their dignity and the regard which they have for the dignity of others as fellow human beings; their humour, their courage and patience, the language which they speak and their passionate love of poetry. But the Arabs are a race which produces its best only under conditions of extreme hardship and deteriorates progressively as living conditions become easier.’
Het leven van de bedoeïenen is inderdaad hard. Ze leven onder zware omstandigheden en zijn gewend aan de fysieke ontberingen van de woestijn, zoals zandstormen, de extreme kou, de hitte en de blinding glare in a land without shade or cloud. Het zit in hun natuur om te overleven met een minimum aan water. Een bedoeïen behoort tot een stam en de leden van de stam zijn meestal bloedverwanten. De loyaliteit richting stamleden is heel groot, het gaat boven persoonlijke voorkeuren of gevoelens. In de woestijn is er buiten de stam geen bescherming voor een individu. Mocht iemand zich niet houden aan een stammenwet, dan kan die persoon verbannen worden uit de stam. Vrouwen doen het meeste huishoudelijk werk, zoals het bakken van brood, weven en water halen. Dat laatste betekent vaak kilometers ver lopen.
Bedoeïenen merken alles op en vergeten niets. Ze lopen uren achtereen en tijdens hun tochten praten ze onophoudelijk. Thesiger noemt ze zelfs praatziek. Ze praten door tot diep in de nacht rond het kampvuur. Praten is de favoriete bezigheid van de bedoeïenen, het zijn meester-verhalenvertellers. Al vertelt iemand meermalen hetzelfde verhaal aan dezelfde personen, dan nog zal zijn gehoor aandachtig naar hem luisteren. Stil zijn is een bijna onmogelijke opgave voor de bedoeïen.
Wil je het hele artikel lezen? Dat kan door een mail te sturen naar info@sillenmedia.nl en de betreffende editie (01.3) te bestellen.


