Home » Tijdschrift

Moskeeën

Joske Korevaar en Emile Naus

Het jodendom heeft synagoges, christenen gaan ter kerke en moslims bezoeken hun moskee. De drie ‘religies van het boek’ mogen dan wel verschillende opvattingen hebben ten aanzien van diverse theologische vraagstukken, ze hebben in ieder geval gemeen dat een bepaald gebouw de centrale plaats is waar de belangrijkste rituelen plaatsvinden. De gebouwen kenmerken zich door overeenkomstige elementen in bouwstijl en interieur, maar ook door de verplichte bezoekfrequentie van gelovigen. Bidden en samenzijn met gelijkgestemden zijn de belangrijkste redenen om de moskee te bezoeken, al eeuwenlang. Voor moslims is de moskee bovendien een verlengstuk van de eigen woonkamer en heeft dan ook een uitgespoken sociale functie. Daarbij is er ook de esthetische component. Vooral in de islamitische wereld, maar ook daarbuiten, zijn moskeeën een niet weg te denken onderdeel van het straatbeeld, en heeft de ongetwijfeld goddelijke inspiratie van de bouwers in de loop van vele eeuwen geleid tot de bouw van prachtige gebedshuizen.


De vroegste moskeeën ontstonden vanzelfsprekend op het Arabisch schiereiland, maar tegenwoordig zijn ze in vrijwel alle bewoonde gebieden ter wereld te vinden. Het woord moskee komt van het Franse woord mosqueé, dat van het Arabische woord masdjid (plaats om te knielen) is afgeleid.
Moskeeën hebben echter veel meer functies. Ze dienen bijvoorbeeld als informatie- en educatiecentrum,
als vergaderruimte en als rechtbank. Bibliotheken en ziekenhuizen zijn dan ook vaak rechtstreeks verbonden aan de moskee. In islamitische samenlevingen kan daar nog een sterke politieke functie bij worden gevoegd.
De profeet Mohammed was verantwoordelijk voor de eerste moskee, in de binnentuin van zijn huis in Medina, Saoedi-Arabië. Dit wordt de ‘Moskee van de profeet’ of Masjid-e-Nabwi genoemd. Er zijn indicaties dat er in de tijd van Mohammed nog meer moskeeën in Arabië waren, maar men heeft nooit directe bewijzen gevonden. De patio van de Masjid-e-Nabwi had een muur die recht op Jeruzalem stond. Vanaf die muur beschermde een dak het gedeelte waar de koranverzen werden voorgedragen. De andere drie muren werden verbonden door zuilengalerijen. Na anderhalf jaar werd de gebedsrichting naar Mekka verplaatst. De vorm van deze moskee en het bidden richting Mekka is door de eeuwen heen gebleven.
Ook nu nog richten moslims zich tijdens het bidden naar Mekka. Aan de mihrab, een nis in de muur die loodrecht op de gebedsrichting staat (qibla) kunnen de moskeegangers zien welke kant zij op moeten bidden. De mihrab bevindt zich in het midden van de qiblamuur. De nis wordt gevormd door twee of meerdere zuilen die een gewelf dragen en is weelderig versierd met koranverzen. Oorspronkelijk had de mihrab ook nog een andere functie: door de gebogen vorm werd het geluid in de moskee versterkt en konden gelovigen synchroon bidden. Voor die muur, altijd rechts van de mihrab, staat de minbar, het spreekgestoelte. Die is meestal rijk versierd en heeft een oneven aantal treden. In de vroegste moskeeën waren ze niet altijd aanwezig maar de eerste minbars werden vaak meegenomen op reizen. Iedere kalief had zijn eigen preekstoel. Een imam preekt op vrijdagen vanaf de middelste trede van de preekstoel, de profeten deden het vanaf de bovenste trede. Om ervoor te zorgen dat in grote moskeeën toch iedereen de preek kan volgen staan er moskeemedewerkers op een verhoging de handelingen van de iman te imiteren.
Naast de verhoging staat een lessenaar waarop de koran ligt. Buiten de moskee staan één of meerdere fonteinen met wasgelegenheden, waar de moskeegangers zich kunnen wassen. Volgens de regels van de islam dient het huis van God rein te zijn en daarom moeten handen, voeten en gezicht gewassen worden voordat men naar binnen gaat.

Wil je het hele artikel lezen? Dat kan door een mail te sturen naar info@sillenmedia.nl en de betreffende editie (Ontdek Arabia 02.1) te bestellen.

 

terug

Klik voor grotere kaart