Vallei der koningen
Rudolf Mulderij
Hun beschaving stortte rond het begin van onze jaartelling in, maar toch weten de oude Egyptenaren een gevoelige snaar te raken door de bouwwerken die ze achterlieten; piramides, sfynxen en tombes. De rijkelijk met een onbegrijpelijke taal, die nog het meest weg heeft van een prentenboek, versierde tombes ademen een bepaalde geheimzinnigheid uit. Het voelt een beetje griezelig om de eeuwenoude grafkamers te betreden, ondanks dat je niet de enige bent in de ruimte.
Het bestaan van de legendarische en mystrieuze graven van de farao’s in de Vallei der Koningen is al sinds de dagen van de Griekse en Romeinse grootmachten bekend, ze brachtten zelfs toeristische bezoekjes aan de tombes. Toch hangt er een geheimzinnige
sfeer rond de graven. De afbeeldingen van het hiernamaals door de ogen van de Egyptenaren en het besef dat je in het graf van een koning staat, veroorzaken koude rillingen. Zeker als het tot je doordringt dat de mummies de tand des tijds relatief goed doorstaan hebben en ook vandaag de dag nog enigszins intact zijn. Kijkend naar de erfenis die ze ons nalieten is er maar één reactie mogelijk; verbazing, in combinatie met de gedachte:de Egyptenaren waren hun tijd ver vooruit.
Grafschennis
De piramides waarmee de farao’s voor het begin van onze jaartelling naam maakten, zijn
nog steeds het symbool van deze oude grootmacht. Ongeveer drie millenia regeerden de farao’s over de Nijldelta. De overbekende piramides hadden echter voor de farao’s ook een groot nadeel, de graven beveiligen was nagenoeg onmogelijk waardoor de puntige
bouwwerken ten prooi vielen aan grafrovers en plunderaars. De schatten in de graven die de plunderaars er toe aanzette om de graven te schenden en ze leeg te roven hebben alles te maken met de Egyptische blik op het hiernamaals. Volgens de Egyptische filosofie bestaat een persoonlijkheid uit drie zielen, een naam en een schaduw. Sterven was voor de oude Egyptenaren niet simpel het einde van het bestaan, ze geloofden in een leven na de dood. Gestorvenen werden dan ook met de grootste zorg voorbereid op dit leven in het
hiernamaals. Onder andere mummificatie en de vele geschenken die de doden meekregen hun graf in zijn hier uitingen van. De kostbaarheden in de graven van de farao’s was echter voor de plunderaars aanleiding om de laatste rustplaatsen open te breken en de
schatten te roven. Dit gebeurde al voor het begin van onze jaartelling, toen Egypte nog geregeerd werd door de farao’s.
Thutmose I was waarschijnlijk de eerste koning die een ander graf wilde waar hij en zijn schatten niet ten prooi zouden vallen aan dieven. Hij liet een tombe uithakken in een vallei van het Theban gebergte, op de westelijke oever van de Nijl, tegenover Luxor. De
vallei was via één weg te bereiken, waardoor het graf makkelijk te beveiligen was. Latere farao’s volgden zijn voorbeeld en lieten tombes bouwen in de rotsen. De Vallei der Koningen, zoals de begraafplaats genoemd wordt, werd tussen 1539 en 1075 v.Chr gebruikt. De bergen boden echter niet de bescherming die Thutmoses I wilde. Door de eeuwen heen zijn de graven alsnog geplunderd en leeggeroofd.
Lees het volledige artikel over de Vallei der koningen in Ontdek Arabia 03.1, De hoogtepunten. Bestel Ontdek Arabia 03.1.


